Naar de inhoud
Flagpole Guides

Geschiedenis van de vlag en de vlaggenmast in Nederland

Gepubliceerd Geschreven door

De replica van het VOC-schip Batavia onder zeil, met de prinsenvlag aan de achtersteven
Foto: Ad van der Zee / Wikimedia Commons, publiek domein

De Nederlandse driekleur is meer dan vier eeuwen oud, maar de kleuren liggen pas sinds 1937 officieel vast, en de regels voor het vlaggen vanaf overheidsgebouwen zijn nog jonger. Deze gids volgt de geschiedenis van de vlag, de vlaggendagen en de vlaggenmast in Nederland, op basis van het Koninklijk Huis, de Staatscourant en de betrokken instanties.

1572: de Prinsenvlag

Spelers in historische kleding dragen een grote prinsenvlag in oranje, wit en blauw
Een prinsenvlag bij het geuzenspel op 1 april in Brielle. Foto: Peter van der Sluijs, Vlaggen waren erg groot bij de geuzen 1 april spel Brielle / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Volgens het Koninklijk Huis dateert de eerste vermelding van de Nederlandse vlag uit 1572, in de tijd van de Opstand. De kleuren waren toen oranje, wit en blauw, afgeleid van het Prinsdom Orange, het vorstendom van Willem van Oranje. Rond de zeventiende eeuw werd het oranje geleidelijk vervangen door rood. Het verhaal gaat volgens het Koninklijk Huis dat oranje op zee minder goed zichtbaar was.

De Bataafse tijd en de Franse overheersing

Na de inval van de Fransen aan het eind van de achttiende eeuw bleef de rood-wit-blauwe vlag gehandhaafd, maar volgens het Koninklijk Huis kreeg de rode baan een afbeelding van een Nederlandse maagd met een leeuw aan haar voeten, een schild met de Romeinse fasces en een lans met de vrijheidshoed. Koning Lodewijk Napoleon (1806–1810) schafte de vrijheidsmaagd af en herstelde de oude driekleur. Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 werd de nationale vlag vervangen door de Franse keizerlijke vlag.

1813: terug van Oranje

In 1813 werd Nederland weer onafhankelijk en kwamen de Oranjes terug. De kleuren van de vlag werden niet officieel vastgesteld, zodat zowel rood-wit-blauw als oranje-wit-blauw konden worden uitgestoken. Rood-wit-blauw had de voorkeur en hing op overheidsgebouwen. Uit die tijd stamt volgens het Koninklijk Huis ook het gebruik om op hoogtijdagen van het Koninklijk Huis de oranje wimpel te hijsen.

1908 en 1937: standaard en kleuren

In 1908 stelde koningin Wilhelmina de Koninklijke standaard in, de vlag van de vorst. Op 19 februari 1937 stelde zij bij Koninklijk Besluit vast dat de kleuren van de vlag van het Koninkrijk rood, wit en blauw zijn. Daarmee was de keuze tussen rood en oranje definitief. Het Koninklijk Huis omschrijft de kleuren als helder vermiljoen, helder wit en kobaltblauw. Meer staat in de gids over de symboliek van de driekleur.

Provincie- en gemeentevlaggen

Veel provincie- en gemeentevlaggen zijn in de twintigste eeuw vastgesteld. De Friese vlag werd volgens de provincie Fryslân in 1897 door Gedeputeerde Staten erkend, hing in 1927 voor het eerst officieel op het Provinsjehûs en werd in 1957 door de Staten vastgesteld. Volgens de Hoge Raad van Adel vroeg de minister van Binnenlandse Zaken provincies in 1948, gemeenten in 1957 en waterschappen in 1961 om bij het vaststellen van een vlag advies van de Raad in te winnen.

De vlaginstructie

Voor rijksgebouwen geldt een algemene vlaginstructie, die volgens de vlaginstructie van Zaanstad teruggaat op een instructie van de minister-president van 22 december 1980. De instructie werd daarna meermaals bijgewerkt:

  • In 2009 werd Veteranendag een vaste vlaggendag, elk jaar op de laatste zaterdag van juni. Daarvoor kwam er elk jaar een aparte instructie. Met die wijziging publiceerde het ministerie ook de Handleiding voor het gebruik van de Nederlandse vlag in de Staatscourant.
  • In 2013, na de troonswisseling, werden de jaarlijkse vlaggendagen opnieuw vastgesteld. Koninginnedag op 30 april verviel en de verjaardag van de koning op 27 april werd Koningsdag, met uitgebreid vlaggen. De verjaardagen op 31 januari, 17 mei en 7 december bleven vlaggendagen, nu als die van prinses Beatrix, koningin Máxima en de Prinses van Oranje. Volgens de Rijksoverheid is de huidige instructie van 2013.

De vaste dagen van nu staan in de gids over vlaggendagen.

De vlaggenmast

Zwart-witfoto van een fanfare die met de Nederlandse vlag door een straat marcheert
Met de vlag door de Nieuwstraat in Spijkenisse bij de bevrijding in 1945. Foto: Unknown authorUnknown author / Wikimedia Commons, publiek domein

De vlaggenmast in de tuin is in Nederland minder oud dan de vlag zelf. Lange tijd hing de vlag vooral aan schepen, kerktorens en overheidsgebouwen, en bij woningen aan een stok aan de gevel. Volgens een Nederlandse leverancier is de houten mast de klassieke keuze. Tegenwoordig worden vooral masten van aluminium en polyester verkocht, en houten masten van gelamineerd grenen worden gekozen om hun natuurlijke uitstraling. Gemeenten vlaggen soms nog vanaf kerktorens: Zaanstad noemt in zijn vlaginstructie vijf kerktorens in gemeentelijk eigendom waarop wordt gevlagd. Meer over de materialen staat in de gids over materialen voor vlaggenmasten, en over de soorten vlaggen in de gids over vlaggentypes.

Veelgestelde vragen

Hoe oud is de Nederlandse vlag?

Volgens het Koninklijk Huis dateert de eerste vermelding van de Nederlandse vlag uit 1572, toen de kleuren oranje, wit en blauw waren. De kleuren rood, wit en blauw zijn officieel vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 19 februari 1937.

Wanneer is de vlaginstructie voor het laatst gewijzigd?

Volgens de Rijksoverheid is de huidige algemene vlaginstructie van 2013. Na de troonswisseling werden de jaarlijkse vlaggendagen opnieuw vastgesteld, met onder meer Koningsdag op 27 april in plaats van Koninginnedag op 30 april.

Sinds wanneer is Veteranendag een vlaggendag?

Volgens de brief van de minister van Binnenlandse Zaken in de Staatscourant van 2009 wordt sinds juni 2009 elk jaar op de laatste zaterdag van juni gevlagd voor Veteranendag. Daarvoor kwam er elk jaar een aparte vlaginstructie.

Bronnen

Deze gids is gebaseerd op de volgende bronnen: